een verloren zoon
Prabesh Pokharel is opgegroeid in een gezin met een christelijke vader en een hindoeïstische moeder. Beiden kwamen op een wonderlijke manier tot bekering. Hoe het Prabesh verging lees je in dit getuigenis.
OPVOEDING
In mijn tienertijd (15+), kwam ik in aanraking met marijuana en drugsgebruik en liep weg van de Heer. Toen ik op een morgen onder invloed was, werd ik in gedachten sterk herinnerd aan mijn vader en de aandrang werd op mijn hart gedrukt om hem elk slecht ding te vertellen, vergeving te vragen en een goede zoon te zijn. Daarom ging ik naar huis en mijn vader ontving mij in tranen. Hij vertelde mij dat God hem, op de dag dat ik geboren werd, bevestigd had dat ik geroepen was om een dienstknecht voor de Heer te zijn.
Zo kwam ik terecht op een Bijbelschool in India (2000) en haalde uiteindelijk mijn bachelor in theologie. Vanaf 2005 kon ik daardoor fulltime aan de slag voor de Heer. Eerst veelal in het jeugdwerk voor uiteindelijk meer dan 50 gemeentes. Daarna ook in het trainen van voorganger-en leiderschap van gemeentes en daarnaast ging ik door het land op pad om onderwijs te geven vanuit mobiele Bijbelscholen.
Prabesh
Het getuigenis van Prabesh herinnert ons aan een prachtig verhaal uit de Bijbel over een zoon die verloren was.
Graag delen we dit met jullie: Lucas 15: 11-32.
"Verder vertelde Jezus: "Iemand had twee zonen. De jongste van de twee zei tegen zijn vader: 'Vader, geef mij nu alvast het deel van de erfenis dat later voor mij zal zijn.' Toen verdeelde de vader alles wat hij had tussen zijn twee zonen. Een paar dagen later verkocht de jongste zoon zijn deel van de erfenis en ging met het geld naar een ver land. Daar maakte hij zijn geld op door een rijk en lui leventje te leiden. Toen al zijn geld op was, kwam er een zware hongersnood in dat land. Hij begon honger te lijden. Hij ging er op uit en vroeg bij één van de bewoners om werk. Hij mocht zijn varkens hoeden. Hij had zo'n honger, dat hij best van het varkensvoer had willen eten. Maar niemand gaf hem er iets van. Toen ging hij eens goed nadenken. Hij zei bij zichzelf: 'De knechten van mijn vader hebben meer dan genoeg te eten. Maar ik ga hier dood van de honger. Ik zal naar mijn vader gaan. Ik zal tegen hem zeggen: 'Vader, ik heb verkeerd gedaan tegen God en tegen u. Ik ben het niet meer waard om uw zoon te zijn. Mag ik alstublieft als knecht bij u komen werken.' En hij ging naar zijn vader terug. Toen hij nog ver weg was, zag zijn vader hem aankomen. Hij had medelijden met hem. Hij liep hem snel tegemoet, omhelsde hem en kuste hem. De zoon zei: 'Vader, ik heb verkeerd gedaan tegen God en tegen u. Ik ben het niet meer waard om uw zoon te zijn.' Maar de vader zei tegen zijn dienaren: 'Breng vlug de beste kleren hier en trek hem die aan. Doe een zegelring aan zijn vinger en trek hem schoenen aan. En haal het vetgemeste kalf en slacht het. Want we gaan feestvieren. Want mijn zoon hier was dood en hij is weer levend geworden. Want ik was hem kwijt, maar ik heb hem weer terug!' En ze gingen feestvieren."